Aardappelen

De aardappelen zijn de belangrijkste teelt op het bedrijf, er worden tafelaardappelen geteeld en fritesaardappelen. De aardappelen worden afgezet via de coöperatie Nedato. De tafelaardappelen zijn van het ras Melody en worden gewassen en verpakt voor de supermarkt, het uiterlijk en smaak is zeer belangrijk bij deze aardappelen. De fritesaardappelen worden in fabrieken verwerkt tot voorgebakken friet, hiervoor worden de rassen Asterix en Agria geteeld. Het teeltdoel bij de fritesaardappelen is een goede bakkwaliteit gecombineerd met een hoge opbrengst per ha.

De pootaardappelen worden na grondbewerking gepoot

De teelt van aardappelen begint al in de winter, dan wordt al fosfaat- en kalikunstmest gestrooid, wat later in het seizoen belangrijk is voor de groei en kwaliteit van de aardappelen. Als de omstandigheden het toelaten wordt voorafgaand aan de teelt ook wel varkensmest gebruikt. In april worden met een trekker met voorop een frees om de grond los te maken en achterop een pootmachine de pootaardappelen gepoot. Pootaardappelen zijn kleine aardappelen die in het voorgaande jaar geteeld en speciaal geselecteerd zijn om weer uit te groeien tot een aardappelplant. Er wordt ongeveer 2500 kg pootaardappelen op een hectare gebruikt.

De groei van de aardappel

Het vocht in de gevormde aardappelrug zorgt ervoor dat de aardappel gaat kiemen en wortels en stengels vormt. Na een maand komen de eerste aardappelplanten uit de grond, net voor opkomst worden de ruggen met een frees nog groter gemaakt, hierdoor passen er meer aardappelen in en wordt het onkruid bestreden.
De plant begint te groeien en in juni voordat het gehele veld bedekt is met aardappelplanten wordt met een speciale machine, genaamd Ecoridger nog wat onkruid geschoffeld en de rug weer opnieuw opgebouwd, in natte omstandigheden wordt het onkruid met gewasbeschermingsmiddelen bestreden. Ondertussen vormen zich onder de grond de aardappelen (knollen), wat begint als een verdikking van de stengel. Per aardappelplant vormen er zich afhankelijk van het ras en de omstandigheden 5 tot 25 nieuwe knollen.

Stimulering van de groei en bescherming

Tijdens de teelt wordt beregend om de aardappelen aan de groei te houden onder droge omstandigheden, ook wordt stikstof- en kalikunstmest gestrooid voor een goede groei. In de teelt van aardappelen is het belangrijk om het gewas te beschermen tegen de verschillende ziekten en plagen. De meest gevreesde schimmel is phytophthora, deze schimmel kan het gewas volledig uitroeien, om dit te voorkomen worden tijdens het groeiseizoen regelmatig gewasbeschermingsmiddelen ingezet.

De aardappeloogst en opslag

Eind augustus begint het gewas af sterven, het loof wordt dan langzaam bruin, onder de grond zijn dan echter al flinke aardappelen gevormd die geschikt zijn voor de oogst die een maand later begint. Voorafgaand aan de oogst wordt met een loofklapper het loof van de ruggen verwijderd. Het oogsten gebeurt met een aardappelrooier, deze machine hangt achter de trekker en zorgt dat de grond uit de aardappelen wordt gezeefd, daarna worden de aardappelen naar een naastrijdende wagen getransporteerd.
De wagens brengen de aardappelen naar de boerderij. Op de boerderij gaan de aardappelen over transportbanden de schuur in, om daar bewaard te worden. De aardappelen worden soms tot in juni van het volgende jaar bewaard om daarna met vrachtwagens naar de afnemer vervoerd te worden.
Van 1 hectare komt ongeveer 60.000 kg aardappelen, hiervan maken ze ongeveer 30.000 kg voorgebakken frites.