Knolselderij

Knolselderij wordt al meer dan vijftig jaar op dit bedrijf geteeld. Knolselderij is een groente die vooral in de winter wordt gegeten, het is een belangrijk ingrediënt in erwtensoep. De meeste knolselderij wordt als verse groente naar het buitenland geëxporteerd. De teelt van knolselderij is arbeidsintensief, met name bij het planten in mei en met het sorteren en schoonmaken van de knolselderij bij het afleveren. Daarnaast is de teelt ook speculatief, de opbrengstprijzen kunnen enorm variëren.

De teelt

De teelt van knolselderij begint vroeg in het jaar met het strooien van kali over bevroren grond, door over bevroren grond te rijden wordt structuurschade voorkomen, daar is dit gewas zeer gevoelig voor. In februari wordt met de plantenkweker overlegd welk ras knolselderij dit jaar wordt geplant en wat het planttijdstip wordt. In 2012 wordt het ras Otago geplant, een ras wat geschikt is voor teelt op zwaardere kleigronden. Begin mei worden de planten geleverd door de kweker, die heeft ze ongeveer 7 weken daarvoor in kunststof bakken met daarin ongeveer 250 potgrondkluitjes gezaaid en in een kas opgekweekt. Deze bakken staan op palets passen precies in de volautomatische plantmachine van de loonwerker die het planten verzorgd. Per hectare worden 65000 plantjes gebruikt, als er voldoende planten staan worden ze niet te groot en zijn ze geschikt voor afzet in de versmarkt, grotere knollen zijn geschikt voor de verwerkende industrie.

Beregening, bemesting en bevordering van de groei

Na het planten moet direct worden beregend, de planten hebben vocht nodig om te gaan groeien, als je niet beregend drogen ze uit. Na het planten wordt ook een stikstof bemesting gegeven voor de groei van de knolselderij. Bij het perceel worden gele plakvallen geplaatst, deze worden ieder week gecontroleerd op de aanwezigheid van wortelvliegen. De wortelvlieg legt eitjes in de knolselderij, de larven die hier na enkele weken uitkomen vreten gangen in de knol, waardoor het gewas waardeloos wordt. Als er te veel vliegen worden waargenomen op de plakvallen moeten deze worden bestreden. In de zomer wordt het gewas vatbaar voor bladvlekkenziekte, het blad verwelkt en daardoor is er minder productie. Tijdens de bestrijding van de bladvlekkenziekte worden ook bladmeststoffen toegevoegd voor een betere opbrengst en kwaliteit.

Het oogsten en de opslag van de knolselderij

Eind oktober of in november worden de knollen geoogst, ze wegen dan ongeveer 1 kg per stuk. Te vroeg oogsten is nadelig omdat de bewaartijd in de schuur dan langer wordt, als er te laat wordt geoogst is er een grotere kans op slechte weersomstandigheden en in het ergst geval bevriest het gewas. De oogst wordt uitgevoerd door een loonwerker met een aangepaste aardappel- of bietenrooier, deze haalt de knollen uit de grond en reinigt ze, het reinigen mag niet te intensief gebeuren om beschadiging te voorkomen, na het reinigen komen de knollen in de verzamelbunker op de machine. Als deze bunker vol is wordt deze geleegd in wagens, waarna ze vanaf  het land naar een gehuurde bewaarplaats worden gebracht. Het bewaren gebeurt in een mechanisch gekoelde cel, een soort koelkast waarin de temperatuur op 1 graden wordt gehouden. Het bewaren van knolselderij is niet eenvoudig, de huid is zeer gevoelig, als deze beschadigd is kan de knol door verschillende schimmels worden aangetast. Als de kwaliteit goed is kunnen ze wel tot in juni bewaard worden.
Bij het afleveren wordt de knolselderij gereinigd om zoveel mogelijk grond te verwijderen die terug gaat naar het perceel, daarna worden ze door de afnemer gewassen en ingepakt voor export of ze gaan naar conservenfabrieken die ze verwerken tot voedingsingrediënten.